Hoge Raad 3 oktober 2025, nr. 24/01831, ECLI:NL:HR:2025:1328, NLF 2025/2053

In de twee parallelle zaken (een namens broer X en de ander namens zijn zus) komt de Hoge Raad tot de conclusie dat het Hof in beide zaken heeft kunnen oordelen dat is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van fiscaalrechtelijke herkwalificatie. Daardoor hebben X en de zus geen recht op toepassing van de eigenwoningvrijstelling met betrekking tot de schenking die zij hebben ontvangen van de zakelijke relatie van hun overleden vader (mevrouw A).

Hoewel elke schenking afzonderlijke voldoet aan de vereisten voor de eigenwoningvrijstelling in de schenkbelasting staat het samenstel van rechtshandelingen één vrijstelling in de weg. Materieel lijkt me dat ook  juist: X en zijn zus ontvangen elk hun  € 100.000 van mevrouw C op vrijwel het zelfde moment dat de moeder van X € 50.000 aan elk van de vier kinderen van mevrouw C schenkt.

Het hof en de HR komen hier via een fiscale herkwalificatie (extensieve interpretatie) van de wet en de overeenkomst, c.q. de samenhang tussen de overeenkomsten tot een zelfde beslissing.

In de praktijk komt weleens de opmerking dat het wel heel dom is deze transacties op min of meer hetzelfde moment te doen. Met afwijkende data en mogelijk bedragen, zou de eigenwoningvrijstelling wel van toepassing kunnen zijn.

Ik deel deze mening niet. Het gaat immers om de samenhang. Als er wordt afgesproken de schenkingen op meer uit elkaar liggende data te doen of zelfs in verschillende kalenderjaren, is de samenhang niet verbroken en zal er nog steeds geen beroep op de vrijstelling kunnen worden gedaan. Wel is de bewijslast voor de Belastingdienst lastiger.

Nu op grond van de fiscaalrechtelijk herkwalificatie is geoordeeld dat er door X en zijn zus geen beroep kan worden gedaan op de eigenwoningvrijstelling voor de giften van mevrouw C, zou de beoordeling van de tweede stelling van de inspecteur (toepassing fraus legis) niet meer nodig zijn. Hof en Hoge Raad hebben dit beide (ten overvloede?) wel gedaan. Bij fraus legis speelt de vraag of de handelingen in strijd zijn met doel en strekking van de wet en er nagenoeg alleen sprake is van een fiscaal motief. En dat was er. De enige reden van deze rechtshandelingen lag in het dubbel benutten van de eigenwoningvrijstelling. Hierdoor hadden X en zijn zus twee keer (een keer rechtsreeks en een keer via de band, zijnde mevrouw C) van hun moeder € 100.000 geschonken gekregen. Daar geldt echter maar een keer de vrijstelling voor.