De banktegoeden, overige bezittingen en schulden worden alleen op de peildatum van 1 januari) belast (wetgeving 2025). Daarom kan het voor een belastingplichtige gunstig zijn om overige bezittingen (waarop een hoog rendementspercentage van toepassing is) vlak voor de peildatum te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden (waarvoor een laag rendementspercentage geldt). Na de peildatum kan dit dan weer worden teruggedraaid. Dit wordt peildatumarbitrage genoemd. Daarnaast kan ook met schulden worden gearbitreerd. Artikel 5.24 Wet IB 2001 is ingevoerd om peildatumarbitrage te voorkomen.
Werking van artikel 5.24
Artikel 5.24 Wet IB 2001 is enigszins vergelijkbaar met artikel 2.14, lid 3, onderdeel b, c en d, Wet IB 2001, waarin zogenoemde ‘antiboxhopbepalingen’ zijn opgenomen. Deze bepalingen moeten voorkomen dat rondom peildatum box 3-vermogensbestanddelen tijdelijk worden omgezet in box 1- of box 2-vermogensbestanddelen. Het begrip ‘tijdelijk’ ziet op een aaneengesloten periode van drie maanden die aanvangt voor en eindigt na de peildatum van 1 januari.
De beide omzettingshandelingen moeten binnen een periode van drie maanden waarin een peildatum ligt, plaatsvinden. Denk hierbij aan de verkoop van aandelen in december en de terugkoop van die aandelen in februari.
In de artikel 5.24 , tweede volzin is een tegenbewijsregeling opgenomen. De ‘antiboxhopbepalingen’ zijn niet van toepassing voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan zijn handelingen zakelijke overwegingen ten grondslag lagen.
Voorbeeld 1
Denk hierbij aan de situatie dat er een onafhankelijk negatief advies over een bepaald aandeel is, waardoor de aandelen in december worden verkocht. In maart blijkt dat de ontwikkelingen in het bedrijf minder slecht gaan, dan verwacht. De aandelen worden teruggekocht.
Voorbeeld 2
In november wordt er een woning gekocht. Door de aandelen te verkopen is er geen overbruggingslening nodig. Nadat in januari de oude woning is verkocht, wordt er met die opbrengst weer een aandelenpakket gekocht.
Om welk vermogen gaat het?
Het gaat om alle vermogensbestanddelen met een hoog fictief rendementspercentage die worden verkocht en de opbrengst cash (waarvoor een laag rendementspercentage geldt) wordt aangehouden. Vervolgens worden die vermogensbestanddelen dan binnen drie maanden weer teruggekocht.
Uit de parlementaire behandeling blijkt dat steeds het woord ‘vermogensbestanddelen’ wordt gebruikt. Dat betekent dat ook de verkoop (in december) van aandelen fonds A en terugkoop in maart van aandelen in fonds B (of beleggen in obligaties van crowdfunding C) onder de spelregels van artikel 5.24 valt.
Tenslotte
De Belastingdienst zal risicogericht toetsen of sprake is van arbitragehandelingen waaraan geen zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. De Belastingdienst kan daartoe een gerichte uitvraag doen bij belastingplichtigen. Ingeval de belastingplichtige bij die uitvraag niet aan zijn bewijslast kan voldoen, kan dit tot een correctie leiden.
Voor zover bekend is er nog geen jurisprudentie over de peildatumarbitrage,
Op grond van amendement Grinwis/Idsinga moet de antipeildatumartbitragebepaling in 2024 worden geëvalueerd, zodat de werking in de praktijk van deze bepaling kan worden geanalyseerd en zo nodig worden aangepast.[1]
[1] Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 204, nr. 9. Op dit moment is het onduidelijk wat de status van deze evaluatie is.
