Besluit Betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld in verband met Covid 19

De staatssecretaris van Financiën geeft belastingplichtigen, die als gevolg van de coronacrisis tijdelijk niet in staat zijn om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen, de mogelijkheid tot een betaalpauze in de aflossing en de rentebetaling op hun eigenwoninglening die is afgesloten sinds 1 januari 2013. Met dit besluit blijft de eigenwoningschuld in box 1 en daarmee de eigenwoningrente (voor zover deze is betaald) aftrekbaar.

De brief, die hierover op 24 april 2020 is verschenen (Kamerbrief over aanvullende fiscale maatregelen in verband met Coronacrisis) is met het besluit van 6 mei 2020 vervangen, uitgebreid en van voorbeelden voorzien [Besluit van 6 mei 2020, nr. 2020-85139, Staatscourant 2020, 26069].

In het besluit van 6 mei 2020 wordt uitgegaan van een betaalpauze voor de eigenwoningschuld van maximaal zes maanden. In die periode wordt er geen (of minder) rente en aflossing betaald ter zake van de hypotheek. De ‘achterstallige’ annuïteiten moeten op enig moment wel alsnog worden voldaan.

Betaalpauze bij een administratieplichtige (zoals een bank)
De belastingplichtige, die die zich tussen 12 maart en 30 juni 2020 meldt of heeft gemeld bij hun administratieplichtige (artikel 52 lid 2 AWR), en met deze kredietverstrekker in verband met dreigende betalingsproblemen door het coronavirus een betaalpauze overeenkomt van maximaal zes maanden kan gebruik maken van dit besluit. De betaalpauze moet uiterlijk op 1 juli 2020 ingaan en schriftelijk worden bevestigd.

Betaalpauze bij een niet-administratieplichtige (zoals ouders of een eigen bv)
Voor een betaalpauze bij een niet-administratie gelden dezelfde voorwaarden als bij administratieplichtigen. Daarnaast moet ook aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. De belastingplichtige heeft als gevolg van de uitbraak van het coronavirus een terugval in arbeidsinkomen, bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001, van ten minste 20% over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden of verwacht deze redelijkerwijs te hebben, waarbij:
    1. De periode van drie aaneengesloten kalendermaanden moet aanvangen in het tijdvak vanaf 1 maart 2020 tot en met 1 juli 2020;
    1. Om te bepalen of sprake is van een terugval van ten minste 20% het arbeidsinkomen uit de periode onder a wordt vergeleken met:
      1. ¼ deel van het totale arbeidsinkomen over 2019; of
      1. het arbeidsinkomen in het tijdvak 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020.
  2. De belastingplichtige moet aannemelijk kunnen maken dat hij aan alle voorwaarden voldoet, waarbij voor voorwaarde 1 geldt dat de belastingplichtige de terugval aannemelijk moet kunnen maken op basis van een reële schatting of al beschikbare gegevens.

Arbeidsinkomsten
Onder arbeidsinkomen wordt verstaan het gezamenlijke bedrag van wat door de belastingplichtige met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden (wettekst 2020).

Aflossingsafspraken met behoud van eigenwoningrente-aftrek

  1. Na zes maanden een nieuw aflossingsschema

Na afloop van de uitstelperiode van maximaal zes maanden kan een nieuw annuïtair schema worden vastgesteld op basis waarvan het inhalen van de aflossingsachterstand wordt uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden) van de lening. Dit moet schriftelijk gebeuren. Het nieuwe aflosschema is gebaseerd op de omvang van de schuld overeenkomstig het oorspronkelijk overeengekomen lopende aflosschema op de dag voorafgaand aan de ingangsdatum van het nieuwe aflosschema verhoogd met de aflossingsachterstand als gevolg van de betaalpauze.

Het nieuwe aflosschema moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze worden overeengekomen en ingaan (rekening houdend met administratieve mogelijkheden). Het nieuwe aflosschema moet uiterlijk op 1 januari 2022 ingaan.

2. Splitsen van resterende lening en achterstand

Het is ook mogelijk de resterende lening te splitsen in een lening waarbij voor de resterende hoofdsom zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand het bestaande annuïtaire schema van toepassing blijft en een lening waarbij voor het deel van de aflossingsachterstand een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen annuïtair schema wordt afgesloten waarbij de looptijd maximaal gelijk is aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom. Afhankelijk van de draagkracht van de klant kan voor deze lening ook een kortere looptijd gelden.

Als toetsmoment geldt in dit geval de dag waarop de betaalpauze afloopt.

Het nieuwe aflosschema moet voor het nieuwe deel zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze worden overeengekomen en ingaan (rekening houdend met administratieve mogelijkheden). Het nieuwe aflosschema moet uiterlijk op 1 januari 2022 ingaan.

Voorbeeld uit het besluit
Een belastingplichtige heeft een eigenwoningschuld van na 1 januari 2013. Door de uitbraak van het coronavirus komt hij in betalingsproblemen en komt met zijn bank een betaalpauze van zes maanden overeen ingaande op 1 juli 2020. Stel dat de schuld hij op basis van het oude aflossingsschema op 31 december 2020 € 114.000 had moeten zijn. Door de betaalpauze is de schuld € 117.000. De aflossingsachterstand is € 3.000. Door de goedkeuring mag direct na afloop van de betaalpauze per 1 januari 2021 de resterende schuld van € 117.000 worden gesplitst in het oude deel van € 114.000, waarvoor het oorspronkelijke aflosschema wordt voortgezet en in een nieuw deel van € 3.000 (aflossingsachterstand), waarvoor een nieuw aflosschema wordt overeengekomen met maximaal dezelfde resterende looptijd. Beide schulden blijven behoren tot de eigenwoningschuld en de aflossingsachterstand moet worden ingehaald binnen maximaal de resterende looptijd.

Eigenwoningrente
Als er geen rente wordt betaald, is er ook niets aftrekbaar (artikel 3.147 Wet IB 2001). Als het feitelijke betalingsmoment pas in een later jaar (bijvoorbeeld 2021) ligt, is de rente ook pas in dat latere jaar (2021) aftrekbaar. De rente is alleen in 2020 aftrekbaar als:

  • Deze rente alsnog (na de betaalpauze) in 2020 wordt betaal, óf
  • Deze rente in 2020 is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden.

Het besluit van de staatssecretaris gaat in het kader van de aftrekbaarheid in op een drietal aspecten:

  1. Er moet sprake zijn van een beschikkingshandeling van de geldverstrekker waaruit blijkt dat het bedrag van de verschuldigde rente vaststaat en dat dit bedrag rentedragend schuldig wordt gebleven.
  2. Er moet rente in rekening worden gebracht.
  3. Er moet reële zekerheid bestaan dat de verschuldigde rente ook feitelijk zal worden betaald om het nominale bedrag van de verschuldigde rente in aftrek te kunnen brengen.

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat uit de leningsovereenkomst moet blijken dat bij achterstallige aflossingen rente in rekening kan worden gebracht en tijdens de adempauze (onder vermelding van hoogte percentage of bedrag) ook gebeurt. Daarbij kan het rentepercentage 0% zijn.

De Belastingdienst neemt bij aspect 3 aan dat voor schulden bij administratieve instellingen aan het derde aspect is voldaan. Voor schulden bij een ander dan een aangewezen administratieplichtige moet de belastingplichtige aannemelijk maken dat aan het derde aspect wordt voldaan.